11. Bakkersmuts

Maak voor elk kind een mooie bakkersmuts.

Meet met de strook de omtrek van het hoofd en niet de uiteinden van de strook vast. Knip een vierkant van het crêpepapier. Niet de hoeken vast aan de binnenkant van de strook. Zorg dat de uiteinden van de nietjes aan de buitenkant van de muts komen zodat ze geen schrammen maken. Frommel de rest van het crêpepapier bij elkaar en niet ook deze stukken aan de strook vast.

Een bakkersmuts is een platte, ingezakte muts. Een koksmuts is een hoge muts. Bakkers dragen een wit jasje, een blauw geruite broek en een witte sloof (klein schortje). Voor de bakkersjas kan een wit overhemd gebruikt worden. Als schort kan een witte theedoek voorgedaan worden die met een ceintuur wordt vastgebonden