1. Brood proeven

Vraag de kinderen verschillende soorten brood mee naar school te nemen. Denk aan wit-, bruin-, volkoren-, krenten- en stokbrood, witte puntjes, bruine bolletjes, enzovoort.
  • Vraag waar het brood gekocht is. Waar kun je brood kopen? Bijvoorbeeld bij de bakker en in de supermarkt. De bakker bakt zelf brood en verkoopt het in zijn winkel. Een supermarkt koopt het brood van een heel grote bakker die brood bakt voor een aantal supermarkten. Sommige supermarkten bakken het brood in de winkel af. De broden worden dan half- of voorgebakken aangeleverd. 
  • Vraag de kinderen hoe de soorten brood heten en waarom ze volgens hen zo heten. 
  • Wijs ze op de verschillende vormen van het brood. 
  • Laat alle kinderen een boterham bekijken met een vergrootglas. Wat zien ze? Hoe groot zijn de ‘gaatjes’ die in de boterhammen zitten? 
  • Welke kleur hebben de korstjes? Hoe ziet de buitenkant van een brood eruit? Snijd de boterhammen in kleine stukjes en blinddoek een kind. Laat het kind een stukje brood proeven. Kunnen ze raden welk soort brood het is?

Klik hier om naar de digitale opdracht te gaan: Herken het brood