8. Bruin of wit: wat eet jij?

Laat tijdens een werkles van het bruine en het witte papier kleine boterhammen knippen. Gebruik eventueel een kartonnen sjabloon om de boterhammen te maken. Verdeel het grote vel papier in hokjes. Schrijf in de hokjes onderaan de namen van de kinderen. Nummer aan de linkerkant de hokjes van beneden naar boven.

Vraag tijdens het kringgesprek hoeveel boterhammen de kinderen per dag eten.
Hoeveel daarvan zijn wit en hoeveel bruin? Elk kind plakt het aantal witte en/of bruine boterhammen dat het per dag eet, op het grote vel. Wie eet de meeste boterhammen? Wie eet de minste boterhammen? Welke soort brood wordt het meest gegeten? Eventueel kan een overzicht gemaakt worden van het aantal boterhammen dat tijdens het ontbijt en de lunch gegeten wordt.

(Het Voedingscentrum in Den Haag adviseert 3 tot 4 sneetjes per dag voor kinderen van 4 - 8 jaar).