9. Raadsels

Als kinderen begrijpen wat een raadsel is, kunnen ze, met wat hulp, ook zelf raadsels maken.

Ik ken een broodje, heel mooi rond.
En weet je wat ik daarin vond?
Het zit met krenten helemaal vol.
Ra, ra het is een ......

(krentenbol)

Ik ben een lange bonenstaak.
Ze zeggen dat ik lekker smaak.
Ik ben niet klein, ik ben juist groot.
Knappend vers, ik ben een .....

(stokbrood)