7. Soorten meel

Bij de eerste activiteit hebben de kinderen verschillende soorten brood bekeken en geproefd. Nu merken ze dat er verschillende soorten meel zijn. Deze activiteit kun je ook in een klein groepje doen tijdens de werkles.

Geef alle kinderen een beetje meel in handen en bespreek wat ze zien en voelen.

  • Laat de kinderen de soorten meel zien, ruiken en voelen.
  • Zien de soorten meel er hetzelfde uit? Wat zijn de verschillen? 
  • Voel je verschil? 
  • Van welke soort meel zou bruinbrood gebakken worden? En witbrood? Waarom denk je dat?
  • Laat de kinderen het tarwemeel zeven. Doe er wel een kom onder! 
  • Doe elke soort meel op een schotel en schrijf op een kaartje de naam van het meel. Tenslotte kunnen de soorten meel op de kijktafel gezet worden.

Witbrood wordt gebakken van tarwebloem. Dit is het middelste van de tarwekorrel. De kiemen en de zemelen worden er helemaal uitgezeefd. Bruinbrood wordt van tarwemeel gebakken. Tarwemeel bevat meer voedingsvezel dan tarwebloem omdat een groter deel van de tarwekorrel is gebruikt. Volkorenbrood wordt gebakken van volkorenmeel. Voor dit brood wordt de hele tarwekorrel gebruikt. Het meel bevat fijngemalen kiemen en zemelen. Ook zitten er vaak nog hele of gebroken tarwekorrels in.