|
 De bakker gaat zijn grondstoffen afwegen. Hij schept de juiste hoeveelheid bloem vanuit een papieren zak.
|
 Daarna pakt hij de gist…
naar boven |
 en weegt hij de juiste hoeveelheid af
naar boven |
 Hij pakt het zout… |
 en water. |
 Vaak voegt de bakker er nog iets aan toe om het brood extra lekker te maken. Wat hij erbij doet, is het geheim van de bakker.
naar boven |
 Hij doet de bloem in de metalen deegkuip van de kneedmachine.
naar boven |
 Daarna gaan de overige grondstoffen erbij. |
 |
Dan zet hij de kneedmachine aan…
naar boven |
 en begint het mengen van de grondstoffen.
naar boven |
 |
Voor het kneden wordt de kneedmachine in de hoogste versnelling geschakeld. Door het kneden wordt het deeg rekbaar en elastisch. Vroeger moest de bakker dit zware werk met de hand doen. |
 Het deeg blijft een kwartier in de deegkuip rusten. Dit heet de voorrijs.
naar boven |
 Nadat de bakker het deeg uit de deegkuip heeft gehaald stopt hij het in een machine die het in porties (deegstukken) verdeelt.
naar boven |
 |
De bakker controleert het gewicht van het eerste stuk en stelt de machine daarop in.
naar boven |
 |
De afgewogen deegstukken worden gevormd tot een bol. Dit kan de bakker met de hand doen of met een opbolmachine. Daarin rollen de deegstukken in een soort omgekeerde glijbaan omhoog. |
 In een speciale rijskast (waarin het precies warm en vochtig genoeg is) rijzen de ronde deegstukken in ronde netjes. Dit duurt zo’n drie kwartier.
naar boven |
 De bakker controleert even of het goed gaat met het rijzen.
naar boven |
 De gerezen bollen worden platgewalst en opgerold. Dit is om de gasbelletjes fijn te verdelen door het deeg. Daardoor kan de bakker een beter brood bakken.
naar boven |
 De deegrolletjes gaan in een broodblik. Die broodblikken zitten per vier stuks aan elkaar vast. Zo kan de bakker er gemakkelijk meer tegelijk in de oven zetten.
naar boven |
 Het deeg moet nu nog een keer rijzen. De gevulde bakblikken gaan met een hele wagen tegelijk voor 60 minuten een andere rijskast in. Dit wordt de narijs genoemd.
naar boven |
 De bakker controleert of de narijs goed verloopt.
naar boven |
 Als het deeg voldoende is gerezen, wordt het gebakken in de oven. Hier gaat het knipbrood (zie decoreren) de oven in.
naar boven |
| Tijdens het bakken wordt het deeg gaar. Het brood gaat lekker ruiken en de buitenkant kleurt. Het brood krijgt een lekker knapperig korstje. |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Grote broden zijn in ongeveer een half uur tot drie kwartier klaar. Kleine broodjes worden in 10 tot 15 minuten gebakken.
|
 |
naar boven |
 Zo komen de broden de oven uit. De bakker laat trots zijn versgebakken broden zien. Van links naar rechts knipwit, maanzaadbrood, tijgerbrood, sesambrood.
naar boven |

Decoreren De bakker kan het brood ook decoreren. Een paar voorbeelden: hij rolt het deeg door maanzaad…
naar boven |
 of hij strijkt er een tijgerpapje van rijstemeel overheen, waardoor er straks een krokant tijgermotief ontstaat.
naar boven |
 Hier zie je hoe de bakker het deeg inknipt. Zo ontstaat het bekende knipbrood.
naar boven |
 De vier gedecoreerde broden gaan de oven in. |